De oorsprong van gewasveredeling

Het concept van veredeling is even oud als de landbouw op zich. Boeren hebben altijd al de beste planten geselecteerd en daarvan het zaad genomen om de planten op de omgeving af te stemmen. Dit was een evoluerend proces, afgestemd op hoe de omgeving evolueerde. Uiteindelijk werd in de 19e eeuw door de ontdekkingen van de naturalist Charles Darwin en de Augustijner monnik Gregor Mendel de wetenschappelijke basis gelegd voor plantenveredeling.

Charles Darwins theorie over natuurlijke selectie bood een uitleg voor het evolutieproces, die bekend is geworden als ‘survival of the fittest’.

Gregor Mendel leverde de ontbrekende schakel bij de theorie van Darwin. Hij besefte dat het niet alleen de natuur of het weer was waardoor bepaalde bloemen rood of wit werden, maar dat het ook iets in de plant zelf was.

Mendel ontdekte het mechanisme van vererving door systematisch erwtenplanten in de tuin van zijn klooster te kruisen en te bestuderen. En tot vandaag de dag, nu plantenveredeling is uitgegroeid tot een commerciële toepassing en een technologisch geavanceerde wetenschap waarvoor een wereldwijd netwerk nodig is, is het basisidee hetzelfde gebleven: kruisen en selecteren.

De wereld afzoeken naar variaties
Waar de theorie van plantenveredeling betrekkelijk eenvoudig is, is de praktijk een vak apart. De eerste stap is zorgen voor de juiste variaties om te kruisen. Als bijvoorbeeld het doel is om een gele tomaat te kweken, dan is de eerste stap op zoek te gaan naar een plant met een geel kenmerk.

Wij werken met onze collega's over de hele wereld samen voor het uitwisselen van genenmateriaal – niet voltooide rassen met één of twee interessante kenmerken die we kunnen gebruiken om door internationale samenwerking gericht planten te verbeteren.
Landen

Landen

Zoeken